reclamebureau ontwerpfabriek hilversum

Suprise
Dorine werd vijftig en haar geliefde had een supriseparty voor de jarige georganiseerd in het voormalige stationnetje van Vogelenzang, vlak bij Haarlem, waar nu een horecagelegenheid in is gevestigd. Alleen die lieflijke plaatsnaam stemt al vrolijk maar toen ook de zon nog overdadig scheen en wij vrouwen in onze zomerjurken, de mannen in lichte linnen jasjes op het terras stonden in afwachting van het feestvarken voelde je dat de middag niet meer stuk kon.
Natuurlijk was iedereen ook een beetje opgewonden want het blijft afwachten hoe de jarige gaat reageren op de totaal onverwachte situatie. Sommige mensen zijn er totaal niet van gediend. Een van de gasten vertelde, nog voor Dorine was gearriveerd, dat hij jaren achtereen zorgde onvindbaar te zijn op zijn verjaardag. Hij ging dan een paar dagen weg zonder iemand te vertellen waar naartoe. Dit puur en alleen uit vrees dat iemand op het idee zou kunnen komen hem deze onwelkome verrassing te bezorgen. Het leek hem afschuwelijk. En nog is hij liever geen slachtoffer. Ligt er de verjaardag van een kroonjaar in het verschiet, dan vertrekt hij alsnog met onbekende bestemming.
Je houdt er van of je houdt er niet van, meer smaken kent de supriseparty niet. En juist omdat het fenomeen naast liefhebbers ook vijanden kent, loopt de spanning onder de gasten al snel op. In dit geval was ze naar de locatie gelokt door een van haar opdrachtgevers en ‘partner in crime' van de geliefde, door haar een exclusief interview in het vooruitzicht te stellen met een bekende Nederlander. De hoofdredacteur van het blad zou - zo werd haar voorgehouden - zelf even meegaan om de twee aan elkaar voor te stellen; de waarheid was dat ze via de mobiele telefoon een seintje kon geven zodra ze in de buurt kwamen. Wij gasten werden gesommeerd ons achter in het gebouwtje te verstoppen en muisstil te zijn in afwachting van haar komst. Dat lukte maar met moeite. Er werd gegiecheld, gefluisterd, er viel een glas, er werd ‘ssssh' gedaan, iedereen deed ssshhh, er werd gelachen.
Eindelijk zweeg iedereen tot het verlossende ‘Daar is ze!' klonk. De dichtstbijzijnde familieleden en vrienden sprongen tevoorschijn en begonnen te zingen, uit de verschillende ruimten in het gebouwtje zwol het Lang zal ze leven aan. Bij het Hoera! Hoera! Hoera! stond Dorine met de handen voor de mond. Emoties verdrongen elkaar. Ze was ontroerd. Ontdaan. Verbijsterd dat al die mensen dit voor haar verborgen hadden weten te houden, niemand had zich versproken, ze had echt geen idee gehad, zei ze.
Dat was niet helemaal waar. Er was wel degelijk iemand geweest die het per ongeluk verklapt had, maar omdat ze absoluut niets vermoedde was aan die opmerking makkelijk een draai te geven en het gevaar geweken.
Mij is een keer een verrassingsfeestje bereid. Ook toen hebben mensen zich versproken. De dag eraan voorafgaand nog had iemand gezegd: ‘Tot morgen. Oh nee, ik vergis me, ik zie je pas volgende week. Op de vergadering.'
Pas toen de supriseparty een feit was, vielen de kwartjes. Pas toen realiseerde ik me wat ze gezegd hadden en weer ingeslikt. Pas toen drong tot mijn bewustzijn door dat het enorme aantal fietsen dat rond de bomen en tegen het huis stond me wel was opgevallen maar dat ik de aanwezigheid ervan geen plaats had kunnen geven dus had ik het bij de constatering gelaten. Pas toen wist ik dat het stiller dan normaal was toen ik tot boven aan de trap was geklommen waar de bewoonster, een vriendin, me op stond te wachten. Verdacht stil eigenlijk want de andere vier vriendinnen met wie we zouden eten, moesten er al zijn. Ik wist dat ik laat was. In een flits realiseerde ik me dit alles op het moment dat de hel losbarstte. Even verstijfde ik van schrik, daarna genoot ik en kon het feest beginnen. Aan mij is het wel besteed.
Bij Dorine vertelde een jonge man me hoe onwaarschijnlijk de dingen waren verlopen toen hij zijn vader verraste. Die zou zogenaamd naar een galaconcert in een kasteeltje, in werkelijkheid wachtten hem daar in de eetzaal zijn negen dierbaarste vrienden, in smoking, voor een diner. Op de bewuste zomeravond besloot vader te gaan wandelen. Zoon liep een eind mee en onderweg ontmoetten ze, onafhankelijk van elkaar, met een tussenpose van enkele minuten, twee van de vrienden. Allebei hingen ze hele verhalen op waar ze naar toe gingen en waarom ze hun smoking droegen. Daarna gingen ze ieder huns weegs. Tot zoons opperste verbazing was er geen enkele bel gaan rinkelen. De vader zei zelfs nog verontschuldigend: ‘Je zult wel denken dat ik uitsluitend om ga met mannen in smoking, maar het is echt een uitzonderlijk toeval.'
Zo gaat het bij bedrog: Wie niets vermoed, ziet niets, hoort niets.

 

 

Marijke Hilhorst home
mijn bio
mijn boeken
uit de pers
column
mien bakgraag
schrijfcursus
uw biografie
contact
colofon
links