reclamebureau ontwerpfabriek hilversum

Jeremiëren
Je hoort het niet veel meer: jeremiëren. En deze bejaarde man gebruikte het woord alleen maar omdat hij zich afvroeg waarom andere mensen het nog zoveel deden, zeuren. Want er viel niets meer te klagen, zei hij en stak een lofzang op de verzorgingsstaat af terwijl we op de tramhalte stonden te wachten.
Hij had een boterhammetje gegeten bij zijn vriendin die net als hij tweeënzeventig was. Nou ja, voegde hij eraan toe, zij zou het binnenkort worden en hij was het al een half jaar. Ze waren allebei getrouwd geweest, hun partners gestorven, geen van beide huwelijken was met kinderen gezegend. Zo zei hij het: met kinderen gezegend. En kinderloosheid was de schrik voor de oude dag, wist hij. Vroeger tenminste. Nu niet meer.
Hij had een pensioentje, zijn vriendin moest het zonder stellen. Toch redde ook zij het prima. Dat kan in Nederland, zei hij bijna juichend. Ze had een kleine maar nieuwe en eigenlijk iets te dure flat en kreeg daar huursubsidie voor. Sinds kort was ze hulpbehoevend. Voor zover het binnen zijn vermogen lag, hielp hij haar en voor het overige kwam er thuishulp. Stuk voor stuk schatten van vrouwen, vond hij en noemde ze als in een litanie parels voor de mensheid, bakens van licht in donkere tijden en gezegend met barmhartigheid. Maar ze worden voortgejaagd en dat was minder moest hij toegeven. Er zat volgens hem altijd een kern van waarheid in spreekwoorden, dus ook in die van de haastige spoed.
Zijn vriendin bezocht hij twee keer per dag en hij nam de tijd. 's Morgens las hij haar voor. Kent u de prachtige dierenverhalen van Koolhaas, vroeg hij en zonder het antwoord af te wachten citeerde hij: ‘Nico en Mia heetten ze en ze hadden een tijd van dolle liefde achter de rug.' Dat gaat over twee mussen, voegde hij er lachend aan toe, en als je het eenmaal kent, zie je geen mussen meer maar Nico's en Mia's.
Zijn tram arriveerde. Hij zag nog net kans ons Koolhaas van harte aan te bevelen voor hij instapte. Even later kwam ook onze lijn, die bleek afgeladen en we zouden hem hebben laten gaan als de buienradar geen regen had voorspeld. Binnen was het warm en vochtig benauwd, de passagiers leken allemaal geïrriteerd en er werd op weg naar het stadscentrum dan ook volop geklaagd over de nieuwe ov-chipcard over een man die expres twee plaatsen bezet hield, over de Hollandse zomer die altijd klef was en plaknachten tot gevolg had, over de raampjes die tegenover elkaar openstonden zodat het tochtte en dan werd je verkouden en dan had je dat weer, maar daar deden wij natuurlijk niet aan mee. Jeremiëren, oefende ik in een poging het woord vast te houden. Thuis zou ik opzoeken waar het vandaan kwam.
Toen we aan het eind van de middag al onze voorgenomen inkopen hadden gedaan en op een terras zaten met onze pakjes en tassen, een glas koele witte wijn binnen handbereik, dacht mijn vriendin kennelijk terug aan de ontmoeting met de van tevredenheid blakende bejaarde heer. Denk jij dat mensen ooit in een betere tijd hebben geleefd of zullen kunnen leven dan wij nu, hier in Nederland, vroeg ze me.
We waren het er vrij snel over eens dat onze tijd een goeie tijd was, ons land een best land. Omdat het ons gelukkig niet is gegeven in de toekomst te kijken, kunnen we alleen vergelijkingen trekken met het verleden en veel van wat mensen in vroegere dagen plaagde, is overwonnen. Als je alleen al bedenkt hoe koud mensen het vroeger 's winters gehad moeten hebben en hoe ze dikwijls gekweld werden door gruwelijke kiespijnen. Ons leven is stukken prettiger. We zijn vrijer, rijker, hoger opgeleid, gezonder, sterker, mobieler. Waar je wakker van kan liggen, is dat ze het niet overal in de wereld zo goed hebben.

 

 

 

 

Marijke Hilhorst home
mijn bio
mijn boeken
uit de pers
column
mien bakgraag
schrijfcursus
uw biografie
contact
colofon
links