reclamebureau ontwerpfabriek hilversum

Zwanengebroed
Hoeveel monden hebben me inmiddels gevraagd of ik er al ben geweest? Tientallen. Een minstens even groot aantal heeft me laten weten de Hermitage een aanwinst te vinden. Ik moet ze allemaal gelijk geven: het museum aan de Amsterdamse Amstel is een aanwinst.
Ook de tentoonstelling over het Russische hofleven in de negentiende eeuw, de periode waarin de laatste zes Romanov-tsaren hun residentie hadden in het winterpaleis aan de rivier de Neva in St. Petersburg is absoluut de moeite waard. Niet zozeer omdat alle portretten topstukken zijn maar omdat de inrichting heerlijk levendig is. Zo draaien de zwierige jurken, uitgestald in ronde glazen vitrines, op de maat van dansmuziek in de als balzaal ingerichte ruimte. Het is een feest voor het oog.
Iedereen wil de tentoonstelling gezien hebben, binnen- en buitenlandse toeristen staan dagelijks in de rij om een kaartje te kopen. Maar alleen het prachtig gerestaureerde gebouw is eigenlijk al de moeite van een bezoek waard. Het pand heeft mooie proporties, is eenvoudig van ontwerp en is symmetrisch van opbouw. Betreedt de imposante binnenplaatsen via de ossenpoort, die vroeger dienst deed als ingang voor de leveranciers. De naam dankt deze poort aan het feit dat hier behalve potten en vaten vol etenswaren, ook levende dieren als ossen werden binnengebracht om ter plekke geslacht te worden. De eetzaal in het huis waar vanaf 1680 oude besjes werden verzorgd was een van de twee grootste van de stad; drie maal daags aten hier vierhonderd arme hulpbehoevende vrouwen. In de keuken staan nog twee reusachtige kookpotten waarin de eenvoudige maaltijden werden bereid. 's Avonds sliepen de vrouwen met zijn vieren in de kleine ‘chambrettes' rondom de binnenplaatsen. Een groter contract met de luxe aan het Russische hof, waar de diverse adellijke families maar liefst veertig bals per week organiseerden, is nauwelijks denkbaar.
In de Hermitage maakte ik drie tijdreizen. Een naar het negentiende-eeuwse Russische hofleven, een naar periode dat de hier de honderden vrouwen onderdak vonden en een naar de zes maanden dat ik op een boot woonde die in de Nieuwe Keizersgracht lag. In 1989 - het pand was toen al verbouwd tot een modern verpleegtehuis en heette al decennia lang Amstelhof - werden de mannen en vrouwen die er toen verbleven tijdelijk mijn buren.
Ik stond in wat eens de regentessenkamer was, aan de zuidzijde, en zag beneden in het water ‘Het Sterreschip' liggen. Op het moment dat ik door het raam naar buiten keek en het schip ontwaarde, verdrongen verschillende beelden zich voor mijn geestesoog. Net gescheiden botsten tegenstrijdige emoties als verdriet, boosheid, angst, verontwaardiging, schuldgevoel op elkaar, in de rouw om wat ik verloor maar ook een beetje opgelucht. En dat alles in de donkere dagen voor kerst. Kortom een tijd die je niet doorkomt zonder vriendinnen. Ze waren er hoor. Ik sleepte een boom mijn drijvende hol binnen, tuigde die bont op en kookte voor het hele zwikkie.
Even meende ik, op deze prachtige na-zomerse dag vanuit de Hermitage, de lichtjes in de boom achter het raam van Het Sterreschip te zien schitteren. Maar nee. Wel draaide er een zwaan de gracht op en die voerde een heel andere herinnering aan. Aanvankelijk was ik verguld met het majestueuze zwanenpaar dat regelmatige langszij kwam en dat ik door het geopende keukenraam stukjes brood voerde. Ze aten uit mijn hand, leerden snel, en binnen een paar dagen pikten ze o zo voorzichtig, een langwerpig broodkorstje tussen mijn lippen vandaan. Ik ontlokte er applaus mee van de bezoekers. Tot er een dag kwam dat ik de trouwe bezoekjes van de zwanen minder wist te waarderen.
De zwanen werden opdringerig. Ik kon ‘s morgens het licht niet aandoen of daar had je ze. Was ik weg geweest, dan kwamen ze uit het niets aanstuiven, gluurden door het keukenraam en begonnen daar op te beuken. Als ik er in slaagde om ongezien de kamer te bereiken, dan ging ik doodstil in een stoel zitten lezen. Moest ik in de badkamer zijn, dan kroop ik op handen en voeten onder de vensterbanken door in de hoop dat ze me niet zouden zien want zodra ze een glimp opvingen ramden ze op de ruit. Ze hielden de boot continu in de gaten, ook al zag ik ze nergens. Het begrip ‘stalker' was mij toen nog niet bekend, dat waren ze wel, deze twee tirannieke zwanen. En ik had ze zo gemaakt door ze, toen ze nog welkom waren, te verwennen.
Opgetogen over de tentoonstelling, enthousiast over het gebouw, en na een drankje op het terras van de royale binnenplaats, bedacht ik nog even naar het Het Sterreschip te wandelen. Maar toen ik de gracht opliep en een zwanenpaar met vijf grijzige jongen ontwaarde maakte ik rechtsomkeer.

 

 

Marijke Hilhorst home
mijn bio
mijn boeken
uit de pers
column
mien bakgraag
schrijfcursus
uw biografie
contact
colofon
links