reclamebureau ontwerpfabriek hilversum

Haar
De meisjes zijn jong, vriendelijk en worden kapster. Ze waren altijd al met haar bezig, zo niet met dat van Barbie dan met hun eigen kapsel of dat van ene vriendinnetje. Vandaar.
De beeldschone Hope is door de natuur donker kroeshaar toebedeeld maar heeft dat behalve stijl, een paar tinten lichter gemaakt. En zou Tracy van zichzelf ‘nog geen slag' hebben en blond zijn, ik zie roodkoperen krullen om haar hoofd dansen. Ze is die trouwens ‘zat' en beraadt zich op een ander model, andere kleur vooral. Hope en Tracy die van verschillende opleidingen komen, lopen allebei stage in de kapsalon waar ik als klant ben binnen gewipt omdat ik die ochtend opeens zag dat er echt iets moest gebeuren met mijn haar. En wel nu. Zo kon het geen dag langer.
Met de eigenaresse is al besproken wat er zoal moet gebeuren; zeker is dat ik een heel andere coupe nodig heb. Terwijl ze hier en daar een pluk optilt en met haar vingers denkbeeldige knipbewegingen maakt, somt ze op: geen boblijn, laagjes hier, korter daar, meer volume bovenop, beweging rondom. ‘Vlotter,' ‘meer modern,' zegt ze tenslotte om aan te geven wat ze in haar hoofd heeft.
Er zijn een paar woorden die me doen steigeren, ‘vlot' staat hoog genoteerd om niet te zeggen dat die de lijst aanvoert. Zeg vlot en er doemen direct verschillende beelden op in mijn hoofd die de lading van het woord illustreren. Dit is er een van: Het droevigst denkbare winkelcentrum van Nederland, een koude, natte herfstdag, een modezaak. Kleine, magere vrouw, ver voorbij de middelbare leeftijd, grijze krulletjes, komt uit de paskamer in een blauw/groen geruite broek, zachtgele bloes met sjaalkraag en een verdeftigd spijkerjasje. Verkoopster begeleidt haar naar de spiegel, kijkt met haar mee en zegt het v-woord.
Toch suste ik mijn angst met de gedachte dat de woordkeuze van de kapster ongetwijfeld te maken heeft met haar afkomst; ze is Libanese, woonde enkele jaren in Parijs, spreekt beter Frans dan Nederlands en realiseert zich vast niet dat vlot fout is. Als ze het absoluut dodelijke ‘apart' - (beeld: wijde paarse, enkellange jurk, ketting van aan elkaar geregen fel roze little pony's, rode schoenen met sleehak, grijs haar geverfd met henna dus worteltjesoranje) - had gezegd dan was ik weggerend, nu besluit ik het erop te wagen.
Voorlopig ben ik nog in de veilige handen die geen scherpe voorwerpen hanteren. Terwijl Hope bezig is met wassen, spoelen, masseren, naspoelen, biedt Tracy een helpende hand door op het shampoopompje te drukken of de fles met crèmespoeling aan te geven en ondertussen bespreken ze boven mijn hoofd het vak van hun dromen, hun schoolperikelen, hun ouders.
Toen ze slaagde voor haar examen mocht Tracy van haar moeder een tatoe laten zetten. Maar ze wilde helemaal geen tatoe. Ook geen piepkleintje. ‘Mij niet gezien. Mijn moeder heeft ooit een muisje laten tatoeëren op haar enkel, maar toen was ze dun, nu zijn haar benen altijd opgezet en lijkt het meer een vette rat.' Haar vader ‘zit onder' vertelt ze en haar broertje heeft in grote letters zijn naam op zijn onderarm staan, ‘alsof hij bang is dat hij vergeet dat hij Raymond heet.'
Op mijn verzoek laat ze zien welk cadeau ze wel koos. Het zit om haar pols: een ouderwets, zilveren bedelarmbandje met een roodgerugd lieveheersbeestje, een lammetje, een schaartje en een kammetje. ‘Schattig,' zeg ik en vraag me direct bezorgd af of die kwalificatie op Tracy niet dezelfde indruk maakt als ‘vlot' op mij.
Dan bekent Hope wel een tatoe te hebben. Niet zichtbaar als ze gekleed is want alleen bedoeld voor zichzelf zijn er drie tekentjes op haar heup getatoeëerd. Ze wijst met een keurig gemanicuurde vinger net onder haar lage broekband: een kruisje, een hartje en een ankertje. ‘Voor mij betekent het heel erg veel. Ze staan voor geloof, hoop en liefde,' licht ze toe, ‘ik ben uit liefde geboren, draag de naam Hope en geloof in God.' Daar is Tracy even stil van. Ik ook, omdat ik nog steeds niet begrijp waarom je dat op je lichaam zou moeten schrijven maar ik vind haar veel te aardig om door te vragen. Bovendien zijn de meisjes klaar met mij en moet ik voor de spiegelwand plaatsnemen waar mijn oude vertrouwde zelfbeeld me ontnomen zal worden.
Ruim anderhalf uur later en heel veel euro's lichter is het zover.
Net buiten, springt een vriendin van haar fiets op de stoep. Van al mijn vriendinnen is zij degene die over de rijkste fantasie beschikt dus verbaast me haar reactie niet echt. ‘Ik zag het van een afstand. Geef toe, je hebt een minnaar!' Ik ontken: ‘Nee, ander haar.' ‘Maar dat doen vrouwen alleen als ze verliefd zijn,' houdt ze vol. Thuis gekomen weet mijn man heel goed wat hij ervan vindt: ‘Vlot.'

 

 

Marijke Hilhorst home
mijn bio
mijn boeken
uit de pers
column
mien bakgraag
schrijfcursus
uw biografie
contact
colofon
links