reclamebureau ontwerpfabriek hilversum
Kleine ijstijd
Ben zo blij dat de dooi doorzette. Niet omdat ik schaatsen niet leuk vind; er is bijna niets mooiers dan een tocht over bevroren waterwegen met links en rechts wuivend riet dat goudgeelt in de zon. Gakkende ganzen in de babyblauwe lucht, en bij elke slag het intens bevredigende schrapende geluid van ijzer op ijs. We kletsen er liever niet doorheen en juichten in stilte. Die is al zo zeldzaam. Pas na de rit volbracht te hebben, beschrijven we elkaar op weg naar huis in de warme auto hoe verrukkelijk het was, hoe heerlijk, hoe intens het genot. De eerste dag dat we het erop uittrokken, reden we eerst een paar rondes op de baan van ijsclub De Ondersteuning in Middelie voor we ons de polder in waagden. Tenslotte is het alweer twaalf jaar geleden dat de vorige kleine ijstijd plaatsvond en in die tussenliggende periode heb ik weliswaar een paar winterseizoenen met enige regelmaat op kunstijs geschaatst maar een crack ben ik nooit geworden. In mij schuilt geen Atje Keulen-Deelstra. Helaas. Bovendien was ik dit keer lichtelijk gespannen of  mijn knie geen roet in het eten zou gaan gooien. De rechter schiet namelijk wel eens uit de band. Maar tot mijn grote opluchting ging het prima. Na een half uurtje inrijden, voelde het vertrouwd genoeg om de baan te verruilen voor de brede sloot ernaast en daar gingen we, richting horizon. We vonden dat we geen kans voorbij moesten laten gaan omdat het elke dag afgelopen kon zijn en wie weet hoe lang het zou duren voor de gelegenheid zich weer voordeed, als die zich überhaupt nog eens voor zou doen. Reden we de ene dag bij Ankeveen, de volgende dag kozen we voor het Naardermeer, we ontmoetten elkaar in Ransdorp en in Nederhorst ten Berg. Stuk voor stuk prachtlocaties. Tot het mis ging en ik ten val kwam. Geen idee waardoor het kwam. Geen scheur te zien, geen schotsje scheef en toch raakte ik uit evenwicht, viel op mijn linkerheup, gleed door tot de walkant van de brede vaart en bleef daar even liggen om te voelen hoe ernstig ik eraan toe was. Ik had geluk gehad, zo bleek. Niets gebroken, gescheurd, verrekt; het zou bij een mega blauwe plek blijven, vermoedde ik. ( Al snel bleek dat mega te kloppen maar blauw was te zacht uitgedrukt, paars, tegen zwart aan is het geworden.) Stoer hernam ik mijn tocht. Maar de schwung was eruit. Ik hervond geen ritme meer in de slagen. Krabbelde. Kreeg last van mijn rug, een pijntje hier, een pijntje daar. Opeens realiseerde ik me dat angst zich aan mijn zijde had geschaard. Hoewel de vorst nog een paar dagen doorzette, heb ik de schaatsen niet meer onder gehad en ik overweeg ze op marktplaats te zetten. Dat heeft ook te maken met de blessures die een aantal van mijn leeftijdgenoten opliepen. Vier vriendinnen meldden achtereenvolgens een gebroken schouder, een gebroken linkerpols en een wervelfractuur, een hersenschudding, een gebroken rechterpols. Wij, die heel bleven, verlenen mantelzorg want ze zijn allemaal na behandeling op de ehbo naar huis gestuurd zonder dat ze zich zelf kunnen douchen, aankleden, boodschappen doen en nog wat van die akkefietjes. Twee van de vier wonen alleen, wat ze volkomen afhankelijk maakt van zussen en vriendinnen. Wie wil er een tut genoemd worden? Ik niet. Ik hou van flink zijn, doorzetten, sportief zijn, wat niet hetzelfde is als perse jong willen zijn. Ik hoef geen XTC te proberen, wil niet naar feesten die om twee uur ‘s nachts beginnen en tot zeven uur in de ochtend duren om daarna naar een afterparty te gaan. Ik taal niet naar leggings met een tuniekje. Maar daarom hoef je nog niet al je pleziertjes op te zeggen. En ik beleef plezier aan schaatsen. Of moet ik er verleden tijd van maken en beleefde zeggen? Sommige mensen beweren dat honden ruiken als iemand bang voor ze is en dat ze dan juist of daarom tegen die persoon gaan blaffen en grommen. Zo’n gevoel heb ik nu met schaatsen: het ijs voelt dat ik bang ben en zal me ten val brengen. En meer dan dat vrees ik dat angst mijn partner blijft. Angst om te vallen en een blessure op te lopen die niet helemaal meer herstelt of helemaal niet meer en me tot een wrak zal reduceren. Waarom zou ik niet genieten van de dingen die met minder risico’s gepaard gaan? Wandelen vind ik toch ook heel leuk, redeneer ik met mezelf. Aan deze innerlijke dialoog werd een eind gemaakt door het inzetten van de dooi. En daarom ben ik blij dat die doorzette. Nu hoop ik dat het minstens twaalf jaar, of nog langer duurt voor de volgende kleine ijstijd zich aandient. Dan ben ik even lang verlost van het dilemma en hoef ik me al die jaren de vraag niet te stellen hoe onverantwoord ik bezig als ik weer op de schaats ga staan.
Marijke Hilhorst home
mijn bio
mijn boeken
uit de pers
column
mien bakgraag
schrijfcursus
uw biografie
contact
colofon
links